ALS ‘WAAROM?’ ‘DAAROM!’ WORDT

UIT DE PARTITUUR VAN MAART 2018

Bij de ingang van revalidatiekliniek Groot Klimmendaal in Arnhem zag ik een aantal jaren geleden een opmerkelijk beeld. Het was het beeld van een mens met nauwelijks meer dan een half lichaam. De rechterarm en het rechterbeen ontbreken.

Wie goed kijkt ziet wel hun contouren getekend in het glas, evenals de rechterkant van het hoofd. De arm, het been, een deel van het hoofd, ze zijn er wel, maar het voelt alsof ze er niet zijn.

Een hersenbloeding heeft ze verlamd. Zonder gevoel en functie hangen ze er doods bij. Het gevoel van hun gemis is vele malen groter dan dat ze er zijn.

Waarom?

Het beeld is gemaakt door de Zelhemse beeldend kunstenaar Wijnand Schoemaker. Nadat hij getroffen was door enkele hersenbloedingen verbleef hij bijna een jaar op Groot Klimmendaal om er te revalideren.

Op een plaquette onderaan het beeld staat een lied met de titel ‘Waarom?’

Goede Vrijdag

Het glazen deel van het beeld en de eerste helft van het lied met de vraag ‘waarom?’ doen mij denken aan Goede Vrijdag.

De vragen, de woorden, de leeftijd van de man, een eindje boven de 30, op de één of andere manier klinkt er de klacht in mee van die Ene, de zoon van God, die het lijden op zich nam en stierf aan het kruis met ook die vraag op zijn lippen ‘waarom?’ Het moet een vreselijke ervaring zijn om een deel van je lichaam niet meer te kunnen gebruiken. Een stuk van jezelf voelt afgestorven.

Een worsteling is het, vergelijkbaar met de worsteling van Jezus in de hof van Getsemane. Ergens herinnert dat beeld van die mens daar bij de ingang van de revalidatiekliniek mij aan het beeld van de gekruisigde. Het is het beeld van lijden en gemis.

Pasen

Maar soms is er dan ook weer dat wonder van nieuwe kracht:‘En toch laat ik me er niet onder krijgen, toch ga ik door!’ Van die wil getuigt de tweede helft van het lied. Het is een lied van opstaan, misschien wel niet lijfelijk, maar dan toch op zijn minst figuurlijk.

Een lied van opstaan en verdergaan. Hij wil niet dood. Hij wil leven!     En zo komt de beeldend kunstenaar tot het maken van dit beeld, iets wat hij eerder misschien nog als een onmogelijk iets had ervaren en waarvan hij zich misschien ook wel afvraagt ‘hoe heb ik het in Gods naam voor elkaar gekregen?’

Zo vragen de vrouwen die op de morgen van Pasen bij het graf komen, waar de steen is weg gewenteld, zich ook af wat er in Gods naam gebeurd is. Hoe kan het dat iemand die dood is weer tot leven wordt gewekt en opstaat?

Als ‘waarom?’ ‘daarom!’ wordt

De dag, waarop ‘waarom?’ ‘daarom!’ wordt. Het beeld en het lied brengen mij ertoe om zo de Paasdag te benoemen. Het ‘waarom?’ verdwijnt naar de achtergrond. In de plaats van alle vragen komt het ‘daarom!’. Niet als een sluitend antwoord op al onze vragen. Wel als een daad van opstaan en verdergaan.

Het moet een bijzondere dag geweest zijn voor de kunstenaar, toen zijn beeld klaar was en werd onthuld, een soort van Paasdag.

Peter Bochanen,
predikant van de Protestantse gemeente te Dinxperlo