UIT DE OUDE DOOS …

UIT DE PARTITUUR VAN SEPTEMBER 2017

In mijn begintijd als redactielid  van “De Partituur” heb ik een aantal interviews mogen maken met mensen, die toen voor Con Spirito heel  veel betekenden en dat vaak nog steeds doen. Tot die laatste categorie behoort zeker ook Ben Simmes en het leek me voor veel mensen aardig dit interview, nu ruim 11 jaar later, nog eens opnieuw of het nu voor de allereerste keer te lezen. Daarom herhalen wij uit ons clubblad 1-2006: Het interview met onze dirigent Ben Simmes

In Bens C.V. op de internetsite van Con Spirito hebben we al kunnen lezen, dat het met zijn opleiding best goed zit en verder, dat hij zo ongeveer dag en nacht met muziek bezig moet zijn. Als begeleider van vocalisten en instrumentale solisten en verder o.m. als concertpianist en docent piano. Als dirigent van een tweetal kamerkoren en de Ulftse Nachtegalen, het Gaanderens R.K. Kerkkoor en “last but not least” van een drietal grote mannenkoren: Gaanderen, Varsseveld en nu (sinds 2005) ook Con Spirito. Verderop in het gesprek bleek, dat hij op de vrijdagochtend ook nog een 12-tal dirigenten opleidt, onder andere Riet Lieverdink van de Grenszangertjes uit ons eigen Dinxperlo.

Hieraan nog toegevoegd de regelmatige “eigen” optredens en de koorconcerten, de wekelijkse tochtjes met de kids: Pianist & violist Jorrick van 9 en de tweeling, violist Jelmer en pianist Julian van 7, naar het Haags Conservatorium op zaterdag, zoals we onlangs op de TV in “Man bijt hond” en in het RTL-programma “4 in het land” konden zien.

Als we dan de voorbereidingen, die al deze activiteiten ongetwijfeld behoeven, meenemen was mijn eerste vraag: Hoelang ben je gemiddeld per week met muziek bezig? Snel beantwoord: “Fulltime, want je moet er natuurlijk ook nog rekening mee houden, dat ik, om mijn eigen vaardigheden op het noodzakelijke peil te houden, zelf ook nog vrij veel moet blijven studeren”.

Hierdoor kwamen we vanzelf bij een volgende vraag terecht of er buiten muziek nog tijd overbleef voor andere hobby’s. Dat bleken nogal uiteenlopende te zijn: lezen, voetballen met de jongens, schaatsen (maar alleen op natuurijs), de 4-daagse van Nijmegen, in de tuin werken met Wim (Eringfeld), waarbij Wim het meeste en het moeilijke gedeelte doet en Ben zich beperkt tot, zoals hij zelf aangeeft, het dommere werk. Toen we plotseling zonder dirigent kwamen te zitten heeft Wim ook het eerste contact tot stand gebracht tussen Ben en ons bestuur, waarbij hij Ben gelijktijdig verloste van zijn enige vrije avond in de week.

Op mijn vraag of het enthousiasme, dat Ben uitstraalt, wanneer hij voor het koor staat en ook op de koorleden weet over te brengen “beroepsmatig gespeeld” is, of dat hij er zelf ook altijd echt schik in heeft, gaf hij als eerlijk antwoord, dat hij het in de eerste plaats een “rotvraag” vond en na even te hebben nagedacht, ik citeer: “Kijk, als ik voor een amateurkoor sta, dan is het mijn ervaring, dat ik m’n gebaren moet overdrijven om de muzikale spanning voor elkaar te krijgen. Ieder crescendo of spannende noot moet ik als het ware uitvergroot laten zien om vervlakking en saaie interpretatie te voorkomen. Sta ik echter voor een kamerkoor, dan ga ik er vanuit dat ze de muziek volledig beheersen en dirigeer ik anders: Strakker en zakelijker.  Ik probeer er wel voor te waken, dat ik niet uit ben op het effect, dat wil zeggen: puur indruk maken met je crescendo’s en decrescendo’s en zoals sommige dirigenten helaas doen: eindeloze fermate ’s maken of belachelijke snelle tempi nemen om indruk te maken op ‘t publiek.

Wat dat betreft is de partituur, zoals de componist het heeft opgeschreven voor mij heilig! Altijd in dienst staan van de muziek”

Al pratend kwamen we vanzelf op zijn mening over Con Spirito, voor zover hij die na zo’n korte periode al kan geven. De koordiscipline valt hem tot dusverre reuze mee; hij deelt de zorgen van de vergrijzing van het koor, maar daar zitten de meeste mannenkoren mee, de koorklank en stemvorming kan en moet anders, hoewel hij zich er ook terdege van bewust is, dat het niet meevalt om iemand, die 40 jaar op een bepaalde manier heeft gezongen, nu ineens anders te laten zingen.
Ook maakte Ben een opmerking, dat de koorleden in zijn optiek erg medelevend zijn t.o.v. zieke koorleden en hun partners.

De volgende vraag was een beetje voorspelbaar: Wat vinden jouw vrouw Anita en de jongens ervan, dat je alle avonden weg bent?
“De jongens zijn vroeg op en gaan nu nog ’s-avonds om 7 uur naar bed, dus die hebben er weinig of geen last van en daarna geeft Anita zelf ook les en is daar vaak tot een uur of half tien mee bezig en doorgaans ben ik een uurtje later thuis.
Bovendien hebben we alle schoolvakanties samen vrij en ben ik vaak ’s-morgens thuis, al ben ik dan wel op verschillende manieren met muziek bezig”.

Als je zo’n druk leven leidt, dan moet alles vanzelfsprekend ook wel redelijk gepland zijn. Zo hebben ze het bij de familie Simmes ook geregeld, dat de zonen ’s-morgens voordat ze naar school gaan viool en piano oefenen en na schooltijd buiten spelen. Dan zijn de muziek- instrumenten voor de rest van de dag taboe. Ook optredens van en met de kinderen worden in verband hiermede tot ‘t uiterste beperkt gehouden.

Anita speelt orgel en piano; op het laatstgenoemde instrument is ze afgestudeerd aan het Arnhems conservatorium, ze is docente piano o.a. aan de muziekschool in Doetinchem en zij begeleidt evenals Ben koren en solisten. Vanaf 2005 ook Con Spirito.

Je vraagt je bij zoveel muzikaal talent in één gezin onwillekeurig af, hoe zit het met de grootouders? Bens vader, was in het dagelijks leven boer in Netterden (Bens geboorteplaats), hij kwam uit een gezin met elf kinderen, die allemaal een muziekinstrument bespeelden en bovendien een 4-stemmig koor vormden, die met elkaar een volledige Latijnse mis konden zingen. Moeder Simmes is overigens amuzikaal volgens Ben. Anita’s opa (Dieker) was ook muzikaal en was de eerste dirigent van het dameskoor Con Brio uit Etten.

In de dik 50 jaar, dat Con Spirito nu bestaat, ben jij als ik wel heb, de 7e dirigent van het koor, waarvan met de 4e de samenwerking slechts van korter duur was. Deze dus gemakshalve niet meegerekend, hebben de overige dirigenten gemiddeld een kleine tien jaar het koor geleid. Hoelang werk jij al met je andere koren samen en wat vind je een ideale termijn of is dit puur afhankelijk van hoelang de chemie werkt?
“Bij het mannenkoor in Varsseveld ben ik 18 jaar en in Gaanderen 12 jaar, dus zo’n jaar of 10 lijkt me best een goed gemiddelde, maar het moet natuurlijk wel blijven klikken”.

Een aantal koorleden heeft altijd graag wat Nederlandstalig geestelijk repertoire “in de map” om het tussendoor bij te houden en tijdens repetities af en toe te zingen b.v. als opening of afsluiting.  En vanzelfsprekend ook zodat het goed kan worden gezongen tijdens kerkdiensten of wanneer we onverhoopt moeten zingen tijdens een uitvaart o.i.d. Hoe sta jij hier tegenover?
“In principe zeer positief, mits het maar voldoende muzikale kwaliteit in zich heeft, ik kan mooie koralen en psalmen beslist waarderen, maar weiger concessies te doen aan kwaliteit”.

Wat is volgens jou de “ideale grootte” van een koor als Con Spirito?
(De 10 eerste tenoren van tussen de dertig en veertig jaar oud, die we erbij moesten hebben, even niet meegerekend!)

“Ik stel kwaliteit boven kwantiteit, de huidige groep is in vergelijking met mijn beide andere koren, die ieder zo’n 65 leden tellen, niet echt te klein, al mocht het wel wat beter over de stemmen verdeeld zijn. Maar het voordeel is wel, dat je met een grote groep gemakkelijker wat kunt organiseren, zoals een leuk weekend of iets dergelijks.Dat wilden we namelijk laatst in Gaanderen ook een keer doen en toen vielen er zoveel af, dat het met de stemverhouding niet meer te verwezenlijken was”.

Heb je jezelf muzikaal nog een hoger doel gesteld of ben je “compleet happy” met de dingen, zoals ze nu gaan?
Bijna iedereen, die piano heeft gestudeerd, wil concertpianistworden, maar ik zag al vroeg in, dat dit niet realistisch was. Bovendien moet je stalen zenuwen hebben en ben je altijd onderweg.
Van mijn pianostudie heb ik nooit spijt gehad en af en toe speel ik nog wel eens een solo recital. Je bent dan zelf constant op zoek naar het “hogere doel”.

Het samenspelen met anderen is misschien nog intenser, omdat er steeds een wisselwerking is tussen jezelf en degene met wie je samen musiceert. En bij ons thuis moet er natuurlijk ook gewoon brood op de plank komen. Dus al met al ben ik best happy met de dingen zoals ze nu gaan en ook met de mix van mijn werk, want ik dirigeer liever, dan dat ik les geef.

Liggen er nog leuke dingen voor je in het verschiet?
“Jazeker: Allereerst in mei 2006 een trip met de Ulftse Nachtegalen naar Wit Rusland en van de zomer met de hele family een week naar de ‘Salzburger Festspiele’ en dan natuurlijk wandelen in de bergen”.

Ben bedankt voor je tijd en wellicht tot een volgende keer.

Toen ik dit interview herlas, vond ik veel van Bens uitspraken toen, een min of meer blijvende actualiteitswaarde hebben, reden voor deze herhaling nu want veel ervan had gisteren gezegd kunnen zijn en is ook morgen nog houdbaar.

Rien Giesen